Wat is de impact van autonome AI-agents?

Met de komst van AI-agents zoals OpenClaw is het gebruik van een computersysteem fundamenteel gekanteld: we gaan van “praten tegen AI” naar het bezitten van een AI die voor ons handelt. Alles wat jij kunt met een toetsenbord en een muis, kan een agent nu ook, of het nu gaat om het versturen van e-mails, het beheren van je bankrekening of zelfs het doen van complexe aankopen.

Wat dit zo’n aardverschuiving maakt, is het concept van de “loop”: een agent stopt niet bij een simpel antwoord, maar blijft kijken, vragen en handelen totdat een taak is volbracht. In plaats van dat jij urenlang websites afstruint voor de beste prijs of klachtenbrieven naar de gemeente typt over gaten in de weg, delegeer je simpelweg het doel. De agent, ondersteunt door een LLM, voert autonoom de tientallen tussenstappen uit die nodig zijn om de finishlijn te halen. Je computer verandert hiermee van een passief scherm in een actieve deelnemer die jouw fysieke beperkingen in tijd en administratieve last wegneemt.

Toch is deze nieuwe vrijheid niet zonder scherpe randjes. We ruilen onze directe controle in voor een systeem dat soms als een ongeleid projectiel kan werken; een agent kan zelfs je privacy te grabbel gooien als een vreemde erom vraagt.

De “lethale trifecta” van internettoegang, toegang tot privégegevens en onvertrouwde instructies betekent dat we onze digitale partnerschap met een gezonde dosis argwaan moeten opbouwen.

De drie componenten zijn:

  • 1. Toegang tot vertrouwelijke gegevens (Access to Secrets): De AI heeft toegang tot gevoelige informatie zoals API-sleutels, wachtwoorden, klantgegevens of privédocumenten.

2. Blootstelling aan onbetrouwbare externe inhoud (Untrusted Content): De AI kan gegevens lezen van niet-vertrouwde bronnen, zoals publieke websites, e-mails of gebruikersinput.

3. Mogelijkheid tot externe communicatie (Exfiltration Vectors): De AI kan acties ondernemen buiten de eigen omgeving, zoals e-mails versturen, Slack-berichten plaatsen of HTTP-verzoeken doen

Toekomstige arbeid

Filosofen kijken met een mengeling van fascinatie en vrees naar deze ontwikkeling, waarbij de kernvraag verschuift van intelligentie naar agency (handelingsbekwaamheid). Volgens denkers als Nicholas Lundblad hebben we de evolutie “achterstevoren” aangepakt: in de natuur ontstaat eerst de drang om te handelen en volgt intelligentie later, terwijl we bij AI eerst de intelligentie hebben gebouwd en nu proberen uit te vogelen hoe we het ‘handelingsbekwaamheid’ geven. In de toekomstige arbeid betekent dit dat we AI niet langer als intelligent product zien, maar als een afgevaardigde (delegate) waaraan we onze eigen menselijke vermogens uitbesteden om onze invloed op de wereld te vergroten.

Dit roept een prikkelende filosofische paradox op: wat gebeurt er met de maatschappij als “handelingsbekwaamheid” niet langer schaars is? Onze huidige wereld is gebouwd op de beperking van menselijke tijd en aandacht; we staan in de rij voor concerttickets omdat we niet op tien plekken tegelijk kunnen zijn. Als iedereen echter 10, 100 of 1000 keer meer kan “willen” door legioenen agents in te zetten, breekt het systeem van schaarste. Op de werkvloer kan dit leiden tot een overvloed aan actie, waarbij de grens tussen menselijke intentie en machinale uitvoering vervaagt, en waarbij overheden met “oneindige agency” elke wet tot op de kilometer nauwkeurig kunnen handhaven—een scenario dat volgens filosofen vervaarlijk dicht tegen een dictatuur aanschuurt.

Uiteindelijk dwingt de opkomst van agents ons om de hiërarchie tussen mens en machine opnieuw te definiëren via juridische metaforen: is een AI-agent een kind, een werknemer of een huisdier? Terwijl we door een periode van chaos gaan waarin organisaties overspoeld worden door digitale gedelegeerden, is de hoop gevestigd op een nieuw ecologisch evenwicht waarin agents andere agents reguleren.

De menselijke rol in toekomstige arbeid wordt wellicht niet het uitvoeren van taken, maar het managen van een digitale ecologie, waarbij we moeten accepteren dat onze “robotbreinen” soms menselijke lichamen in de echte wereld zullen inhuren om de klus te klaren.

Lessen DG – ‘Online Masters’

Home | Online Masters

Online experts

Online Masters geeft toegang tot kennis van online experts, onze masters. Zij hebben actief bijgedragen aan de lesontwikkeling. Hun kennis en kunde laat leerlingen bewuster, vaardiger en veiliger online gaan.

Direct aan de slag

Je kunt onze online lessen direct gebruiken. Elke les is voorzien van een handleiding. Er is geen specifieke kennis nodig om de lessen te geven.

Lees verder “Lessen DG – ‘Online Masters’”

Waarom staan we ’s ochtends eigenlijk op?

Over de onderwijsfuik en de moed om het anders te doen.

Elke ochtend als de wekker gaat, is er voor een leerkracht of docent maar één echt antwoord op de vraag waarom we opstaan: we willen leerlingen elke dag een stapje verder helpen in hun ontwikkeling. We staan er voor het kind, voor hun groei en voor hun toekomst.

Maar de realiteit van de ‘onderwijsfuik’ maakt dat soms knap lastig, vertelt Claire Boonstra tijdens de opening van de IPON 2026. Claire Boonstra is oprichter van Operation Education en haar doel is transformeren waar het allemaal ontstaat: het onderwijs. Ik volg haar al sinds 2012, de oprichtingsbijeenkomst in Beeld en Geluid. En ik was daarbij in een zaal met dwarsdenkers, friskijkers en kantelaars. Onderwijsmensen die tegen de manco’s van het onderwijssysteem aan lopen. Misschien lijkt Operation Education een Don Quichot-beweging, maar eigenlijk werkt van binnenuit. Veranderen kan wel!

Huidige systeem als sorteermachine

Claire Boonstra vervolgt haar verhaal op de IPON. In ons huidige systeem zijn we vastgelopen in een hardnekkig frame: ‘hoger’ is beter. We hebben een ‘sorteermachine’ gecreëerd die kinderen al op 11- of 12-jarige leeftijd indeelt in hokjes. Maar onze samenleving heeft niet alleen theoretische denkers nodig. We schreeuwen om praktische mensen met sterke softskills, oplossingsgericht vermogen en creativiteit. Vaardigheden die naadloos aansluiten bij de kerndoelen voor Digitale Geletterdheid, maar die in de huidige toetscultuur vaak buiten de boot vallen.

De beperking van de meetbaarheid

De huidige doorstroomtoets focust vrijwel uitsluitend op rekenen, taal en spelling. Daarmee laten we wereldoriëntatie, creëren en spelen en waardevolle talentontwikkeling liggen. Als we kijken naar de theorie van Gert Biesta, zien we dat onderwijs over veel meer gaat dan alleen ‘Kwalificatie’. Waar is de ruimte voor Socialisatie en Subjectificatie? Voor het vormen van een eigen persoonlijkheid en het leren over de wereld?

Ruimte voor verwondering

Het meest pijnlijke gevolg van dit keurslijf? De natuurlijke nieuwsgierigheid van leerlingen wordt vaak simpelweg afgeleerd. Kennis is de onmisbare kapstok, maar de manier waarop we die aanbieden moet veranderen. Creativiteit ontwikkelt zich namelijk niet door vinkjes te zetten op een dashboard, maar door:

 * Verwondering

 * Uitproberen en ‘prutsen’

 * Echt durven ‘aanklooien’

 * En ja, zelfs momenten van verveling.

Juist in die ongestructureerde ruimte ontstaat de innovatie die we nodig hebben in een onvoorspelbare toekomst.

Wij zijn het systeem

Claire Boonstra zegt het treffend: “Wij zijn het systeem”. De verandering begint bij ons, op de werkvloer. Het vraagt moed om vast te houden aan je morele kompas en de ‘waarom-vraag’ centraal te blijven stellen. Want uiteindelijk is dát waarom we elke ochtend opstaan: niet voor de inspectie of het dashboard, maar voor die ene leerling die vandaag weer een stapje mag groeien.

Hoe behoud jij de ruimte voor verwondering in jouw klas of organisatie?