Drieluik over de digitale sprong, met hakken over de sloot 3/3

In deel 3 van de drieluik zal ik mijn ideeën uitlichten over zeg maar mijn oproep tot meer creativiteit en innovatie in het onderwijs.

Want is de digitale sprong nu echt gemaakt door iedereen? Of wordt de sloot toch elk jaar weer breder? Na 20 jaar digitalisering in het onderwijs springen we nog steeds met de hakken over de sloot. Er is wel progressie, maar de technologische ontwikkeling gaat gewoon sneller. Opnieuw staan de meest flexibele leerkrachten die de digitale sprong gemaakt hebben aan de overkant van de sloot te glimlachen. En die anderen? Staan zij nog aan de overkant? Doen ze poging om eerder kennis in praktijk te brengen? En komen ze met hakken over de sloot of halen ze een paar natte voeten.

Als we alle uitdagingen terugbrengen naar de cirkel van invloed, dan zouden leerkrachten moeten gaan nadenken over hun werkvormen. Welke zijn effectief en van welke zouden we afscheid kunnen nemen? Welke kleine stappen kun je nemen om met digitale middelen meerwaarde aan je onderwijs toe te voegen?

In de komende jaren zie ik 3 thema’s, die kunnen leiden tot verbetering van het huidige onderwijs. En het kan de kanteling van het huidige systeem zijn, waardoor leerlingen meer van bewust en autonoom leren en voorbereid worden op hun toekomstige samenleving.

1. Digitale geletterdheid is de motor

2. Blended Learning is gelijk aan overal en levenslang leren.

3. Techniek als complete leerschool

1. Digitale geletterdheid is de motor

Dat er een curriculum verandering nodig is, daar zijn ze het in onderwijsland al jaren over eens. Sinds 2018 heeft SLO de leerlijnen van Digitale Geletterdheid als bouwsteen uitgewerkt en zijn er scholen al mee aan de slag gegaan. De meeste scholen benaderen deze leerlijnen als kerndoelen terwijl het nog aanbodsdoelen zijn. Natuurlijk zou ik ook graag willen dat DG een meer verplicht karakter krijgt. Zodra er geen verplichting is, dan kiezen mensen voor de makkelijkste weg.

Zodra je Digitale Geletterdheid anders benaderd dan precies de leerlijnen volgen, aanbieden, toetsen en afvinken, dan zal Digitale Geletterdheid als een motor gaan werken. Zo wordt DG geen vak zoals je Rekenen, Taal en Spelling geeft, maar integreer je het in heel de schooldag. Dat is een veel organischere manier om met digitale middelen meerwaarde aan je lessen te geven. Zoals iedereen weet is er een verschil tussen kennis en informatie. Leerkrachten zorgen voor een veilige, rijke leeromgeving waar leerlingen in staat zijn om kennis op te doen. Die kennis is nodig om informatie via digitale wegen te kunnen zoeken en te beoordelen. Dus kennisoverdracht door een leerkracht blijft een centrale plek behouden. Toch zal de rol van de leerkracht meer gaan verplaatsen van leraar centraal naar leren centraal.

Een succesvolle werkvorm die ik het Montessori-, Jenaplan- en IPC-onderwijs zie, is het werken vanuit Onderzoekend en Ontwerpend leren. Je stelt een prikkelende vraag aan je leerlingen, waarmee ze volgens op een gestructureerde manier oplossingen bedenken en gaan onderzoeken en uitwerken. Zo kunnen leerlingen in de praktijk toepassen wat hun mate van taligheid en rekenkundigheid is. Je kunt opdrachten natuurlijk prima analoog benaderen en het is ook mogelijk doelgericht leerlingen digitale middelen te laten inzetten. Een makkelijke start is de presentatievorm niet op te leggen, maar te laten kiezen door de leerling. Zo heb ik een groepje leerlingen de Waterkringloop in Scratch zien uitleggen! Of die keer dat je de werking van een sluis laat bewijzen en het groepje kiest om een Microbit met sensoren en motoren te gebruiken.

Model Onderzoekend en Ontwerpend leren

Deze werkvorm vereist een flexibele manier van denken. De leerkracht competenties die hierbij horen kun je opdelen in verschillende niveau’s. Om optimaal de werkvorm van Onderzoekend en Ontwerpend leren te kunnen uitvoeren, zal een leerkracht aan niveau 3 moeten beheersen, hieronder aangeduid met 3 sterren

Leerkrachtcompetenties Digitale Geletterdheid

Waardering: 1 uit 4.
  • Minimale basis: instrumentele, media- en informatievaardigheden. Deze basis zal ieder leerkracht van onderbouw tot bovenbouw moeten beheersen om les te kunnen geven aan leerlingen.

Waardering: 2 uit 4.
  • Leerlingen opleiden tot digitaal geletterde mensen. Dit kun je methodisch aanbieden of zonder methoden.

Waardering: 3 uit 4.
  • Pedagogisch en didactische inzet van digitale middelen. Zoals eerder gezegd kan een leerkracht bepalen wanneer een digitaal middel een meerwaarde heeft voor het leerproces.

Waardering: 4 uit 4.
  • Ontwerpen van ICT-rijke leerarrangementen. Je verrijkt je onderwijs door de intrinsieke motivatie te bespelen met o.a. Gamebased learning of Gamefication. Denk aan Minecraft Education Edition inzetten met complete educatieve challenges.

Blended learning is gelijk aan overal en een levenlang leren

Wanneer er een goede balans is tussen fysiek en digitaal onderwijs, kun je spreken van Blended learning.

Wat is Blended learning niet?! In de media werd de term hybride onderwijs gelanceerd, waarmee eigenlijk ‘onderwijs op afstand’ bedoeld werd. Tijdens onderwijs op afstand ging men lesgeven via een laptop en camera alsof je fysiek lesgeeft in de klas. Het gevolg was een online les, die aan alle kanten afbreuk doet aan hoe kinderen / mensen leren. Dat wordt dus niet bedoeld met blended learning.

Blended learning moet je zien als een mix van fysiek en digitaal leren. We kennen een onderscheid tussen synchroon en asynchroon lesgeven.

Tijdens het synchroon lesgeven is er een groep leerlingen fysiek in 1 ruimte aanwezig en ze krijgt van een leerkracht les en tegelijkertijd is er een groep leerlingen de les online aan het volgen. In de ideale situatie is er tijdens deze werkvorm gedacht aan juiste cameravoering en microfoongebruik om de les goed te kunnen volgen. Naast de zichtbaarheid en verstaanbaarheid is er bij de lesopbouw nagedacht over visuele ondersteuning bij de instructie. En tot slot is de werkvorm gevarieerd met interactie tussen leerlingen en leerkracht of klassenondersteuner en wordt de tijdspanne goed in de gaten gehouden. In deel 1 vertelde ik al over het grote verschil van lessen tussen mijn middelste en mijn jongste zoon. Wordt een of meer van de bovenstaande elementen niet goed uitgevoerd, dan is de effectiviteit van de les aanzienlijk lager, is uit onderzoek gebleken!

Wanneer je kiest voor asynchroon lesgeven, dan vergroot je daarmee je de mogelijkheden in werkvormen. Belangrijk bij asynchroon lesgeven is dat de leerling tijd-, plaats en device onafhankelijk kan leren. In de basis is het lesmateriaal altijd beschikbaar en er is ruimte en tijd gereserveerd voor interventies. In de praktijk dit lesconcept al met een paar aanpassingen te integreren.

Bron: Vernieuwenderwijs.nl

Heb je vorig jaar ook instructievideo’s of tutorials gemaakt? En wat als je deze opnieuw beschikbaar stelt aan je leerlingen? Kijk hier nog even waar een tutorial aan moet voldoen. De meest bekende werkvorm van Blended Learning is Flipping the Classroom. Lesmateriaal staat klaar op een digitaal platform zoals Google Classroom of Microsoft Teams. Dat kunnen tutorials, pdf, readers, websites, podcast etc. zijn. Tijdens de fysieke bijeenkomst is de verwerking en zijn interactiemomenten. En dit is pas 1 lesconcept. Op de website Vernieuwenderwijs wordt gesproken over verschillende activerende lesconcepten waar je zelf weer een mooie mix van kunt maken. En de bijbehorende werkvormen en leerstrategieën zijn ook legio. Tot slot kijk ook eens kritisch naar je toetsmoment. Wanneer je gaat werken met Blended Learning zul je steeds meer van summatief toetsen naar formatief toetsen gaan of zoals Dominique Sluijsmans het noemt ‘Confetti toets methode’.

Bron: Lerarencollectief

Waarom Blended Learning voor de toekomst voordelen zou kunnen hebben?

Zoals ik al eerder beschreef zit het onderwijs in zwaar weer met grote problemen als lerarentekort en een grote groep oudgedienden die met pensioen gaan. En dan ook nog een waarderingsprobleem wat weer leidt tot een imago probleem van het beroep. Afgelopen maanden ben ik regelmatig in gesprek gegaan met besturen, ICT-coaches en leerkrachten om deze problemen ter sprake te stellen. Deze denktanken kwamen met interessante oplossingen waarbij ICT als middel worden ingezet en goed onderwijs centraal staat.

  • Een verkorte lesweek. Wanneer je elke dag een andere klas naar huis stuurt met een waardevolle onderzoeksopdracht, die je op een digitaal platform aanbiedt, dan kun je met minder personeel werken.
  • Werkdruk verlagen. Je verdeelt je energie op een andere manier door gebruik te maken van turorials, summatief toetsen, andere werkvormen en leerstrategieën.
  • Persoonlijke begeleiding. Je krijgt een goed beeld van het ontwikkelproces door persoonlijke interventies te doen en de leerling aan de hand van (zelfgekozen) leerdoelen te begeleiden.
  • Learning on the job. Een mooie term voor de theorie aan de praktijk verbinden en handelend te leren. Een groot deel van de leerlingen zijn namelijk praktisch lerend (hoofd, hart en handen). En dit is meteen een mooi bruggetje naar het volgende thema.

Voordat ik dat ga doen, opper ik ook om eens Uberiaanser te gaan denken. Uberiaans is afgeleid van dat bedrijf Uber. Je weet wel het grootste taxibedrijf ter wereld. En wat heeft dit taxibedrijf namelijk niet? … Precies, TAXI’s! Wat als je onderwijs zo zou bekijken. Dan zou het onderwijs met minder stenen af kunnen. Je ziet nu al veel scholen sluiten of voor bewoning omgebouwd worden. Of juist met kwalitatief betere gebouwen afgestemd op de behoeften van NU!

En laten we de trend van natuurlijke speelpleinen doorzetten naar een zelfvoorzienend systeem. In Rotterdam-Zuid leren kinderen groenten telen in hun eigen tuin, wat ze tussen de middag op school eten. De school als gesloten eco-systeem.

Techniek als complete leerschool

Promo VPRO Tegenlicht | De Nieuwe Elite

Waar we in de vorige eeuw onze leerlingen opleidden voor een baan in de industriële maatschappij, is er de afgelopen 30 jaar een kentering gekomen en leiden we nu op voor een kennismaatschappij. Het effect is dat er een onbalans is veroorzaakt en er neergekeken wordt op praktisch beroepen. Maar hoe gaan we bijv. de energietransitie te lijf zonder technisch opgeleide mensen? We zullen op school meer geïnteresseerd moeten krijgen in techniek, digitalisering, robotica en kunstmatige intelligentie.

In enkele scholen bieden ze naast Plusklassen ook Klusklassen. Wat begint met kleine onderzoekjes met stroomkringen leidt tot geautomatiseerde microcontrollers gekoppeld aan sensoren. Andere besturen investeren in techlabs of zoeken samenwerking met een technische MBO met een techlab. Het MAAK-onderwijs zou een fundement in je onderwijs moeten zijn. Astrid Poot met haar site LekkerSamenKlooien vindt het belangrijk dat kinderen niet alleen consumenten zijn, maar leren dat ze de wereld zelf kunnen inrichten. Dat ze onafhankelijke producenten kunnen zijn.

Zo vindt ze ook dat ieder kind zo’n 50 gereedschappen voor haar of zijn 12e jaar moet hebben gebruikt.

In de leerlijnen van Digitale Geletterdheid wordt het onderdeel Computational Thinking genoemd oftewel leren denken als een computer. Dat betekent meer dan leren programmeren. Dat gezegd hebbende, zien we echter in Groot-Brittanië dat programmeren al sinds 2015 in hun curriculum is opgenomen en worden de lessen in het VO een aantal jaren gegeven. Het effect dat we nu na een aantal jaren zien, is de toename van studenten bij technische opleidingen.
Programmeren in de klas vind ik wel belangrijk, maar het is niet volledig! Denk ook eens aan al het gemak van kunstmatige intelligentie in je eigen omgeving. Dat zijn sensoren die kennis baseren op data. Als ik naar de Albert Heijn ga en gebruik maak van een scanner, dan krijg ik direct bonusaanbieding op basis van mijn veelgekochte producten. Tegenwoordig krijg ik ook direct bonuskaart recepten, waar ik alle producten tegen korting kan kopen. Handig?! Maar gemak betaal je met je privacy. Dit is een makkelijk voorbeeld om de belangrijke plek van tech in ons dagelijks leven uit te leggen. Dat is niet de toekomst, maar dat is NU!

Wat ga jij nu doen?

Ik roep tot slot nogmaals op tot meer creativiteit en innovatie in het onderwijs. En ik hou me vast aan de 25% onderwijsmensen, die eigenhandig de verandering in gaan zetten om het onderwijs te laten kantelen. Ben jij dat ook?

Doe jij het anders? Ben je gestart met een initiatief? Heb jij een ruime digitale sprong gemaakt? Dan kom ik graag met je in contact via meesterralph@gmail.com

Een drieluik over de digitale sprong, met hakken over de sloot 2/3

Na een periode van schoolsluitingen en heropeningen leek het erop dat de zomer van 2021 de mooiste ooit zou worden. En na de zomer werd het nieuwe schooljaar gestart. De schriften werden weer van een naam voorzien en de potloden stonden geslepen klaar!

Wat zouden de leerkrachten geleerd hebben van de digitale sprong en meegenomen hebben naar de nieuwe tijd? Ik zag dat de boeken weer uit de kast werden gehaald en dat eerder gebruikte educatieve software niet meer werd ingezet. Het zal toch niet waar zijn? Ging de fysieke school weer op oude voet verder…?

En dan volgen in november 2021 de berichten zich in een snel tempo op totdat de scholen zelfs vervroegd met kerstvakantie worden gestuurd. En de reactie in de scholen laat zich raden. Opnieuw staan de meest flexibele leerkrachten die de digitale sprong gemaakt hebben aan de overkant van de sloot te glimlachen. En die anderen? Staan zij nog aan de andere walkant? Doen ze poging om eerder kennis in praktijk te brengen? En komen ze met hakken over de sloot of halen ze een paar natte voeten.

Waarom vervallen we weer in onze oude patroon?

Als we Jan Rotmans vragen, waarom we in onze oude patroon vervallen, dan heeft hij een duidelijk antwoord. Misschien moet ik Jan Rotmans even bij je introduceren? Jan Rotmans is hoogleraar aan de Erasmusuniveriteit in Rotterdam. Hij geeft economie en sociologie, gespecialiseerd in transitiekunde. We hebben volgens hem geluk, want we leven in een tijd van verandering. Na het industriële tijdperk zitten we nu precies in de kantelperiode naar het digitale tijdperk. Dat betekent voor mensen loslaten van het oude en omarmen van het nieuwe. Uit zijn onderzoek blijkt dat mensen die vasthouden aan het oude en niet meebewegen in een kanteltijdperk, er niet beter van zijn geworden. We staan in deze tijd van chaos voor allerlei grote maatschappelijke crises (meervoud van crisis) die we gezamenlijk moeten oplossen.

Wanneer zijn we dan uit zo’n tijd van chaos? Wanneer 25% van de bevolking de vernieuwing omarmt en meebeweegt, zal de kanteling doorzetten.

Wie gaan die problemen voor ons oplossen? In deze tijd van individualisme en welvaart zal dat uit ons zelf moeten komen. Het is nog nooit bewezen dat de machthebbers of overheid de kanteling in hebben gezet. Het zijn de kleine burgerinitiatieven, die een beweging in gang zetten. We leven namelijk in een tijd met netwerken, die als zwermen bewegen. Ieder individu heeft zijn eigen talenten en kwaliteiten, waarmee je deel kan nemen aan een netwerk. En is de klus geklaard, dan zwerm je verder. Andersom werkt het ook. Denk aan een YouTuber, die een oproep doet aan zijn miljoenen volgers. Zo zorgde de groep TikTokkers ervoor dat een stadion half leeg was, tijdens de Trump’s promotietour. Ben jij ook iemand die er over nadenkt, hoe jouw onderwijs kan bijdragen aan de mindset van jouw leerlingen, onze toekomstige burgers?

Meer info: https://evolutiegids.nl/jan-rotmans/ en https://maatschapwij.nu/videoportret/jan-rotmans/

In deel 3 van dit drieluik zal ik dieper in gaan hoe het onderwijs zich opnieuw zou kunnen uitvinden.

Gelukkig zag ik afgelopen maanden ook bijv. bovenbouwklassen, die hun digitale platform Google Classroom of Microsoft Teams bleven inzetten voor weektaken. Dat scheelt een flinke stapel papier! Deze leerkrachten zien ook de kracht van hun eigenhandig gemaakte tutorials in. Dit materiaal stellen ze dan ook nu weer beschikbaar via het platform.

Naar mijn mening schreeuwt het onderwijs om verandering in de vorm van een wendbare mentaliteit en acceptatie van digitale middelen. Gelukkig kan de digitale sprong een fundament geven aan het onderwijs.

Welke verbindingen zie ik nu tussen de situatie van mijn zoons, leerlingen en die van leerkrachten (in deel 1)?

Ik zie een vorm van creativiteit en oplossingsgericht denken om toch het doel te bereiken. Die creativiteit is het fundament van de staat van doen. Zo kreeg mijn zoon niet de juiste kennisoverdracht vanuit zijn school en hij ging op zoek naar experts op YouTube. Zijn wereld wordt niet bepaald door gemeentegrenzen. Tutorials zijn de docenten met een pauzeknop en ze zijn bewezen een uiterst krachtig middel. Enkelvoudige verbale kennisoverdracht is minder effectief dan een combinatie van verbale en visuele overdracht, blijkt uit onderzoek.

Uit de rapporten van Kennisnet blijkt dat de kansenongelijkheid vergroot is door deze Coronatijd. Een serieuze uitdaging. Digitale gelijkheid vraagt om meer dan toegang tot digitale bronnen. Dit verlangt van het onderwijs ook meer instructies op digitale vaardigheden. Instructies? Ja, want je kunt er niet vanuit gaan dat jongeren ‘digital native’ zijn. Dat is volgens Paul Kirschner een hardnekkig mythe. Het menselijk brein evolueert namelijk niet snel!

En als derde haal ik graag Gert Biesta aan die de 3 doelen van het onderwijs beschreven heeft: Kwalificatie, Socialisatie, Persoonsvorming.

Heb je al eens afgevraagd waar jij in je onderwijs de prioriteit moet leggen? ? We zien in Nederland al jaren dat de aandacht van het systeem steeds meer op Kwalificatie is komen te liggen. Aan de andere kant zijn de doelen Persoonsvorming en Socialisatie voorwaardelijk om te leren te komen! En wat zagen we in de Coronatijd steeds meer bij de leerlingen? Leerlingen kwamen thuis tot rust en waren minder mate afgeleid. En ze gingen meer knutselen, schilderen en meer sporten en buitenspelen. Ze voelden de ruimte voor autonomie en eigenaarschap. Dit geeft te denken over wat leerlingen missen in het huidige onderwijssysteem. Als je dit zo hoort, naar welke kant zou je nu de balans van de drie doelen willen laten wijzen :-)?

Gelukkig zijn er initiatieven, zoals de Living Lab Junior van Avans Hogescholen in Breda. Wat begon met kritische vragen, waarom kinderen niet mogen meedenken over de toekomstige samenleving, is nu een beweging met kijk op de toekomst. En heb je gehoord over het Agora onderwijs, dat als een olievlek lijkt te verspreiden?

Of het initiatief van techlabs zoals van Hangar21 in Enschede, waar kinderen op een technische manier gaan nadenken over het oplossen van problemen. De technische oplossingen van de toekomst worden gecreëerd met de kinderlijke nieuwsgierigheid van vandaag, is hun slogan.

Ik vind het zelf belangrijk dat kinderen de logica van digitale middelen, sensoren en robitica leren. Vandaar dat ik alweer 5 jaar geleden onze Coderdojo in Ede startte en we hebben ondertussen een vaste club enthousiaste mentoren, die werkzaam in de IT, private-cloud, developer, netwerkbeheer en student HBO ICT zijn. Maandelijks verwelkomen we een grote groep enthousiaste kids!

En wat doe jij? Ben jij ook iemand die er over nadenkt, hoe jouw onderwijs kan bijdragen aan de mindset van jouw leerlingen, onze toekomstige burgers?

Lees in deel 3 hoe onderwijsland zou kunnen meebewegen om de problemen het hoofd te bieden en zich opnieuw zou kunnen uitvinden.

Een drieluik over de digitale sprong, met hakken over de sloot 1/3

Ooit was 50 jaar oud en versleten. Ik ervaar dat nu als een bepaalde senioriteit door diverse ervaringen en opgedane kennis. En ze zeggen dat je op mijn leeftijd ook de wijsheid hebt om vooruit te kijken. Wat zie ik om me heen? In het onderwijs zag ik een digitale sprong door de Coronatijd. Maar wat is de stand van zaken nu en wat gaan de leerkrachten nu doen met de opgedane kennis?

Want is de digitale sprong nu echt gemaakt door iedereen? Of wordt de sloot toch elk jaar weer breder? Na 20 jaar digitalisering in het onderwijs springen we nog steeds met de hakken over de sloot. Er is wel progressie, maar de technologische ontwikkeling gaat gewoon sneller. Opnieuw staan de meest flexibele leerkrachten die de digitale sprong gemaakt hebben aan de overkant van de sloot te glimlachen. En die anderen? Staan zij nog aan de overkant? Doen ze poging om eerder kennis in praktijk te brengen? En komen ze met hakken over de sloot of halen ze een paar natte voeten.

In mijn eigen huis zag ik mijn zoons het adhoc opgezette hybride onderwijs consumeren. Een quickfix, die als nieuwe norm werd aangenomen. Maar wat was het gevolg van bij de leerlingen. Lees het in deel 1 van deze drieluik. In deel 2 ga ik dieper in waarom het huidige onderwijssysteem niet meer houdbaar is in deze tijd. In deel 3 zal ik aan de hand van 3 thema’s uitleggen wat het onderwijs zou kunnen helpen een ruime digitale sprong te maken.

In eigen huis

Mijn oudste zoon is een digitale creatieveling. Hij studeert CMD aan de HU. Driekwart jaar kreeg hij in het prachtige nieuwe pand lessen en toen werd hij door de schoolsluitingen verbannen met een laptop naar zijn kamer. Hij leerde op afstand samenwerken in projectgroepen. Zoals bekend bij HBO heb je niet dagelijks les of zelfstudie uren, dus hij verveelde zich dagenlang. Maar vanuit verveling ontstaan altijd nieuwe creatieve ideeën. Daarover zal ik verderop vertellen. We zijn nu bijna 2 jaar verder en hij is nog maar 4x in Utrecht geweest. Hij staat nu op het punt om een stage te regelen voor februari 2022 in de hoop fysiek door het bedrijf te lopen en werkervaring op te doen.

Mijn middelste zoon heeft zijn examen in Coronatijd gedaan. Hij ervaarde het halve klassensysteem als een heel gebrekkige oplossing. Op school waren het prima lessen (voor zover je als een puber les prima vindt). Op een gegeven moment liep hij met zijn iPhone door het huis zijn les te volgen. Ik was benieuwd en keek een keer mee. Er was een whiteboard schuin in beeld en je hoorde in de verte een docent een economieles geven. Er was natuurlijk niets van te zien. Zonder interactie met de thuiszitters.

Hij moest natuurlijk wel zijn examen halen, dus hij ging op YouTube op zoek naar docenten die met korte heldere uitleg de examenstof doornamen. Ondertussen heeft hij een oude Tomos brommer gekocht en heeft hij die opgeknapt. Met de wetenschap dat op YouTube experts te vinden zijn, heeft hij zijn kennis in motoren vergroot. Na wat wat geknutsel aan de motor en uitlaat loopt zijn oude Tomos een stuk harder.
En dan wilden zijn ‘lastige’ ouders ook nog dat hij een vervolgstudie ging kiezen. Op basis van website informatie en een enkele online open middag moest iets kiezen waar hij geen idee of gevoel bij had. Hij liet het inschrijfmoment aankomen op de laatste 10 minuten voor sluitingstijd. Na de vakantie ging hij starten in Rotterdam. Drie weken later is hij gestopt. Het was toch niet de opleiding waar hij zich 4 jaar voor wilde gaan inzetten. Nu werkt hij 40 uur per week bij Picnic boodschappenservice of zoals de dropouts met een tussenjaar zelf zeggen: ze zitten in het propedeuse jaar van de Picnic-academy. En hoe gaat het met een nieuwe studiekeuze maken? Er zijn alweer geen fysieke open dagen.

En dan mijn jongste zoon die door het gemis aan steun en begeleiding vanuit school ook worstelde met zijn voorlaatste jaar VWO. De goedvoorbereide online lessen met interactie waren goed en effectief. Maar het dieptepunt was toch wel een docent, die met een muts van aluminiumfolie op voor de camera zat en tegen een leerling met wifi problemen zegt dat ze beter de wasmachine en koelkast uit kan zetten voor een beter ontvangst.
De zelfstudiemomenten waren het zwaarst als de verleiding thuis op de loer liggen. Want plugins programmeren voor Minecraft Geocraft is toch veel leuker dan school. Ook het bouwen van een portfolio website voor zijn oudste broer is veel leuker. Hij doubleert en doet ook in een paar vakken examen dit schooljaar.

Uit verveling ontstaan de creatiefste dingen. Die zoons van mij leerden door de verveling ook ondernemersschap. Oudste zoon wilde graag zijn ontwerpen op kleding drukken. Middelste zoon zag een kans om een zakcentje te verdienen. En jongste zoon dook in een eigenhandig gebouwde site met webshopsyteem. En zo was STRM CO geboren! De handen werden ineen geslagen en ze gingen aan de slag met een zeefdrukset. In de avonduren filmden ze aankondigingen voor hun insta. Met 30 exclusieve STRM t-shirts organiseerden ze de ‘drop’ en met groot succes. Binnen een avond waren ze uitverkocht!

De digitale sprong in het onderwijs

Wat zie ik in onderwijsland na de lockdowns gebeuren? In maart 2020 is de digitale sprong in het onderwijs gedwongen ingezet. Digitale mogelijkheden werden massaal geadopteerd. Schoolteams leerden online communiceren en lesgeven. De term Hybride onderwijs werd geïntroduceerd in de media, waarmee eigenlijk ‘onderwijs op afstand’ bedoeld werd. Het verschil werd later pijnlijk duidelijk. Omdat iedere leerkracht zijn eigen draai gaf aan onderwijs, wat nog niet eerder massaal gedaan was, zag je grote verschillen.

Bijv. een leerkracht die geloofde in haar eigen verbale didactiek, liet leerlingen 5 uur achtereen voor de camera van hun laptop zitten. Ze gaf verbale instructie en liet ze zelfstandig werken en ze corrigeerde de wiebelende leerlingen zelfs op hun gedrag. Alsof ze in de fysieke klas zaten. Maar ook die leerkracht NT2 van het nieuwkomersonderwijs, die de kracht van digitale middelen vertaalde naar de situatie. Zij zorgde dat leerlingen toch talige opdrachten deden. Dit zorgde niet alleen voor taalontwikkeling maar ook verbondenheid.

Ik schreef eerder over de digitale sprong, wat ik zo’n mooi positief woord vind. Dat woord adopteerde ik vanaf dat moment. En ik ben benieuwd wat er nog zichtbaar is van de digitale sprong sinds voorjaar 2020. We hadden namelijk in Nederland een grote verandering aangebracht in het onderwijs. De scholen gingen weer open, de scholen sloten weer en de zomer van 2021 zou de mooiste worden na alle misere. Deskundigen hielden de adem in of onze bevolking iets geleerd had en een gedragsverandering zou tonen. En ik keek met spanning naar het onderwijs. Wat nemen de leerkrachten mee en wat gaan ze anders doen?

Naar mijn mening schreeuwt het onderwijs om verandering in de vorm van een wendbare mentaliteit en acceptatie van digitale middelen. En de digitale sprong kan een nieuw fundament zijn in het onderwijs. Lees verder in deel 2 van deze drieluik.