Een drieluik over de digitale sprong, met hakken over de sloot 1/3

Ooit was 50 jaar oud en versleten. Ik ervaar dat nu als een bepaalde senioriteit door diverse ervaringen en opgedane kennis. En ze zeggen dat je op mijn leeftijd ook de wijsheid hebt om vooruit te kijken. Wat zie ik om me heen? In het onderwijs zag ik een digitale sprong door de Coronatijd. Maar wat is de stand van zaken nu en wat gaan de leerkrachten nu doen met de opgedane kennis?

Want is de digitale sprong nu echt gemaakt door iedereen? Of wordt de sloot toch elk jaar weer breder? Na 20 jaar digitalisering in het onderwijs springen we nog steeds met de hakken over de sloot. Er is wel progressie, maar de technologische ontwikkeling gaat gewoon sneller. Opnieuw staan de meest flexibele leerkrachten die de digitale sprong gemaakt hebben aan de overkant van de sloot te glimlachen. En die anderen? Staan zij nog aan de overkant? Doen ze poging om eerder kennis in praktijk te brengen? En komen ze met hakken over de sloot of halen ze een paar natte voeten.

In mijn eigen huis zag ik mijn zoons het adhoc opgezette hybride onderwijs consumeren. Een quickfix, die als nieuwe norm werd aangenomen. Maar wat was het gevolg van bij de leerlingen. Lees het in deel 1 van deze drieluik. In deel 2 ga ik dieper in waarom het huidige onderwijssysteem niet meer houdbaar is in deze tijd. In deel 3 zal ik aan de hand van 3 thema’s uitleggen wat het onderwijs zou kunnen helpen een ruime digitale sprong te maken.

In eigen huis

Mijn oudste zoon is een digitale creatieveling. Hij studeert CMD aan de HU. Driekwart jaar kreeg hij in het prachtige nieuwe pand lessen en toen werd hij door de schoolsluitingen verbannen met een laptop naar zijn kamer. Hij leerde op afstand samenwerken in projectgroepen. Zoals bekend bij HBO heb je niet dagelijks les of zelfstudie uren, dus hij verveelde zich dagenlang. Maar vanuit verveling ontstaan altijd nieuwe creatieve ideeën. Daarover zal ik verderop vertellen. We zijn nu bijna 2 jaar verder en hij is nog maar 4x in Utrecht geweest. Hij staat nu op het punt om een stage te regelen voor februari 2022 in de hoop fysiek door het bedrijf te lopen en werkervaring op te doen.

Mijn middelste zoon heeft zijn examen in Coronatijd gedaan. Hij ervaarde het halve klassensysteem als een heel gebrekkige oplossing. Op school waren het prima lessen (voor zover je als een puber les prima vindt). Op een gegeven moment liep hij met zijn iPhone door het huis zijn les te volgen. Ik was benieuwd en keek een keer mee. Er was een whiteboard schuin in beeld en je hoorde in de verte een docent een economieles geven. Er was natuurlijk niets van te zien. Zonder interactie met de thuiszitters.

Hij moest natuurlijk wel zijn examen halen, dus hij ging op YouTube op zoek naar docenten die met korte heldere uitleg de examenstof doornamen. Ondertussen heeft hij een oude Tomos brommer gekocht en heeft hij die opgeknapt. Met de wetenschap dat op YouTube experts te vinden zijn, heeft hij zijn kennis in motoren vergroot. Na wat wat geknutsel aan de motor en uitlaat loopt zijn oude Tomos een stuk harder.
En dan wilden zijn ‘lastige’ ouders ook nog dat hij een vervolgstudie ging kiezen. Op basis van website informatie en een enkele online open middag moest iets kiezen waar hij geen idee of gevoel bij had. Hij liet het inschrijfmoment aankomen op de laatste 10 minuten voor sluitingstijd. Na de vakantie ging hij starten in Rotterdam. Drie weken later is hij gestopt. Het was toch niet de opleiding waar hij zich 4 jaar voor wilde gaan inzetten. Nu werkt hij 40 uur per week bij Picnic boodschappenservice of zoals de dropouts met een tussenjaar zelf zeggen: ze zitten in het propedeuse jaar van de Picnic-academy. En hoe gaat het met een nieuwe studiekeuze maken? Er zijn alweer geen fysieke open dagen.

En dan mijn jongste zoon die door het gemis aan steun en begeleiding vanuit school ook worstelde met zijn voorlaatste jaar VWO. De goedvoorbereide online lessen met interactie waren goed en effectief. Maar het dieptepunt was toch wel een docent, die met een muts van aluminiumfolie op voor de camera zat en tegen een leerling met wifi problemen zegt dat ze beter de wasmachine en koelkast uit kan zetten voor een beter ontvangst.
De zelfstudiemomenten waren het zwaarst als de verleiding thuis op de loer liggen. Want plugins programmeren voor Minecraft Geocraft is toch veel leuker dan school. Ook het bouwen van een portfolio website voor zijn oudste broer is veel leuker. Hij doubleert en doet ook in een paar vakken examen dit schooljaar.

Uit verveling ontstaan de creatiefste dingen. Die zoons van mij leerden door de verveling ook ondernemersschap. Oudste zoon wilde graag zijn ontwerpen op kleding drukken. Middelste zoon zag een kans om een zakcentje te verdienen. En jongste zoon dook in een eigenhandig gebouwde site met webshopsyteem. En zo was STRM CO geboren! De handen werden ineen geslagen en ze gingen aan de slag met een zeefdrukset. In de avonduren filmden ze aankondigingen voor hun insta. Met 30 exclusieve STRM t-shirts organiseerden ze de ‘drop’ en met groot succes. Binnen een avond waren ze uitverkocht!

De digitale sprong in het onderwijs

Wat zie ik in onderwijsland na de lockdowns gebeuren? In maart 2020 is de digitale sprong in het onderwijs gedwongen ingezet. Digitale mogelijkheden werden massaal geadopteerd. Schoolteams leerden online communiceren en lesgeven. De term Hybride onderwijs werd geïntroduceerd in de media, waarmee eigenlijk ‘onderwijs op afstand’ bedoeld werd. Het verschil werd later pijnlijk duidelijk. Omdat iedere leerkracht zijn eigen draai gaf aan onderwijs, wat nog niet eerder massaal gedaan was, zag je grote verschillen.

Bijv. een leerkracht die geloofde in haar eigen verbale didactiek, liet leerlingen 5 uur achtereen voor de camera van hun laptop zitten. Ze gaf verbale instructie en liet ze zelfstandig werken en ze corrigeerde de wiebelende leerlingen zelfs op hun gedrag. Alsof ze in de fysieke klas zaten. Maar ook die leerkracht NT2 van het nieuwkomersonderwijs, die de kracht van digitale middelen vertaalde naar de situatie. Zij zorgde dat leerlingen toch talige opdrachten deden. Dit zorgde niet alleen voor taalontwikkeling maar ook verbondenheid.

Ik schreef eerder over de digitale sprong, wat ik zo’n mooi positief woord vind. Dat woord adopteerde ik vanaf dat moment. En ik ben benieuwd wat er nog zichtbaar is van de digitale sprong sinds voorjaar 2020. We hadden namelijk in Nederland een grote verandering aangebracht in het onderwijs. De scholen gingen weer open, de scholen sloten weer en de zomer van 2021 zou de mooiste worden na alle misere. Deskundigen hielden de adem in of onze bevolking iets geleerd had en een gedragsverandering zou tonen. En ik keek met spanning naar het onderwijs. Wat nemen de leerkrachten mee en wat gaan ze anders doen?

Naar mijn mening schreeuwt het onderwijs om verandering in de vorm van een wendbare mentaliteit en acceptatie van digitale middelen. En de digitale sprong kan een nieuw fundament zijn in het onderwijs. Lees verder in deel 2 van deze drieluik.

Hoe digitaal vaardig zijn je leerlingen eigenlijk?

Alle huidige leerlingen zijn ‘digital native’, wordt regelmatig in onderwijsland beweerd. Want deze generatie is opgegroeid met internet en mobiele telefoons. Dus ze hebben hun digitale vaardigheden met de paplepel ingegoten gekregen. Maar is deze stelling wel waar?

Uit onderzoek van Paul Kirschner en Pedro de Bruyckere blijkt dat ‘digital native’ een fabeltje is. De digital natives bestaan niet. De generatie die is opgegroeid met internet, digitale games en de mobiele telefoon is niet per se handiger met computers.
Het aanleren van competenties is noodzakelijk, want dit gaat niet vanzelf. De kans is groot dat leerlingen zonder lessen in bijvoorbeeld Mediawijsheid in allerlei valkuilen stappen. De leerkracht heeft een belangrijke rol bij het aanleren van digitale vaardigheden.

De digital natives bestaan niet. Het fenomeen ‘digital native’ is een mythe die vooral breed is uitgemeten in de massamedia en daarom zijn we erin gaan geloven. Sterker nog, veel hoogopgeleide 40-plussers zijn vaak meer digitaal vaardig dan laagopgeleide twintigers.‘De zogenaamde digital natives zijn ook met auto’s opgegroeid,’ illustreert Paul Kirschner. ‘Maar niemand zal zeggen dat ze in staat zijn zonder rijbewijs auto te rijden. Omdat de jongere mensen alleen het digitale tijdperk hebben gekend, gaan we er zomaar van uit dat ze de digitale gereedschappen, zonder enige instructie kunnen gebruiken.’

De praktijk

In de dagelijkse praktijk zie ik basisscholen, die bewust kiezen voor Digitale Geletterdheid. Op basis van onderwijsvisie worden overwogen keuzes gemaakt. Wat doen we al, wat willen we en hoe gaan we dat organiseren?
Als je dit snel achter elkaar leest, lijkt het een peulenschil, maar niets is minder waar. Het vergt vaak veel inzet van een werkgroep om de individuele leerkrachten van een team mee te krijgen. De ervaring leert ons, wanneer je wordt gesteund door een opgeleide ICT-Coach,  door de leerlijnen Digitale Geletterdheid en door gezond verstand te gebruiken ieder team in beweging komt!







De kracht van co-teaching bij programmeren in de klas

“Goedemorgen klas, vandaag gaan wij jullie samen lesgeven in programmeren…”

Bij co-teaching sta je met twee professionals voor de klas om de groep les te geven. Ik heb de ervaring dat dit een uiterst krachtige manier van werken is.

Stel je eens voor: je wilt in je klas aan de slag met programmeren, maar je weet niet zo goed hoe. Dan kom ik naast je staan in je klas en geven we samen de les. Heel praktische leerschool voor je leerlingen èn voor jou.

Met 2 paar handen kun je 2x zoveel doen!

De kracht van co-teaching zit hem vooral in de samenwerking, wisselend de leiding nemen, samen de verantwoordelijkheid nemen, gelijktijdig gedifferentieerd lesgeven en praktische kennisoverdracht. Bij programmeren kun je dan denken aan groepsgewijs werken met hetzelfde materiaal en software. Of juist een circuit-vorm met verschillende materialen en verschillende opdrachten. Of juist van de creatieve kant benadrukken met robots knutselen en tegelijkertijd juist de technische kant benadrukken met sensoren, motortjes en LED-jes. Zomaar een paar mogelijkheden. Zo verdelen we samen de taken en de begeleiding.

Co-teaching geeft je ook de ruimte om een eigen leerlijn Programmeren te ontwikkelen door gelijktijdig met de praktische momenten de lessenserie samen te stellen. En ik kan je kennis laten maken met nieuwe software en materialen, waarvan je meteen in de praktijk het effect kunt zien!

Meer weten? Maak gerust een vrijblijvende afspraak.