Zorgt AI voor een kloof tussen minder geoefende lezers en een geletterde elite?

bron: https://archive.is/YyVbk

Jeroen Derauniversitair hoofddocent Nederlandse literatuur, Radboud Universiteit

Jeroen Dera onderzocht het leesgedrag van jongeren. Opmerkelijke resultaten bepalen waarom jongeren weinig lezen. Verplichte leeslijst, die nauwelijks nog wordt gebruik op scholen. Op de basisschool is al bijna genderbepaald dat jongens infoboekjes moeten lezen en meisjes verhalen met personages waarmee ze zich kunnen identificeren.
Dit bevordert uiteindelijk een grotere kloof tussen minder geoefende lezers en een geletterde elite.

Bron Illustratie Anne Stalinski

Hele tekst:

Jeroen Dera onderzoekt al tien jaar waarom jongeren minder lezen: ‘We moeten ervoor waken dat er een geletterde elite ontstaat’

Jongeren lezen al jaren minder én minder goed. Jeroen Dera onderzocht waarom. ‘Op TikTok gaat het vaak over een verplichte leeslijst, maar die heeft bijna geen enkele school meer.’

Bron Illustratie Anne Stalinski

Het kwartje viel bij hemzelf pas rond de vierde, vijfde klas van het vwo, vertelt onderzoeker en universitair hoofddocent Nederlandse literatuur Jeroen Dera (40), aan de keukentafel in zijn huis in Elst. Thuis waren er weinig literaire boeken. Wel streekromans, een medische encyclopedie en informatieboekjes over vulkanen en dinosaurussen, die hij verslond. Toen het gezin verhuisde naar een ‘sociaal-economisch betere buurt’, kreeg hij vriendjes die jeugdliteratuur lazen. Voor hun plezier.

Quote van Jeroen Dera – universitair hoofddocent Nederlandse literatuur, Radboud Universiteit.

‘Juist AI vraagt om leesvaardigheid van een hogere orde’

Jeroen Derauniversitair hoofddocent Nederlandse literatuur, Radboud Universiteit

Het liep anders. Inmiddels heeft Dera zo’n tien jaar onderzoek gedaan naar het leesgedrag en de leescultuur van jongeren. De resultaten staan in zijn nieuwe boek, De spagaat. “Ik leek zelf vroeger best veel op sommige jongeren die ik daarin beschrijf. Toen ik begon met literatuur lezen, waren er nauwelijks volwassenen die me boeken konden aanraden. De eerste literaire titels die ik las vond ik best saai.”

Dat hij Nederlands wilde studeren, besefte hij pas na zijn eindexamen. Daarvoor was hij al wel begonnen met het lezen van de klassieke canon van de Nederlandse literatuur. “De Grote Drie: Mulisch, Reve, Hermans. Ik las ze voor school omdat ik een beetje een streber was. Maar ik bleek ze ook mooi te vinden.”

Zacht uitgedrukt wordt niet iedere jongere vandaag de dag gegrepen door Mulisch en Reve. In Nederland wordt steeds minder gelezen door jongeren, blijkt uit bijvoorbeeld het internationaal vergelijkende Pisa-onderzoek onder vijftienjarigen. In 2018 zei 53 procent van de ondervraagde jongeren nooit een boek in de vrije tijd te lezen; 42 procent vond lezen ‘tijdverspilling’.

Maar jongeren lezen niet alleen minder, ze lezen ook slechter. Uit het Pisa-onderzoek van 2022 blijkt dat inmiddels een derde van de Nederlandse vijftienjarigen nog niet het minimale leesniveau haalt dat nodig is om te functioneren in de samenleving. Brieven van de overheid begrijpen, belastingaangifte doen, je inschrijven bij de Kamer van Koophandel: het wordt dan allemaal vrijwel onmogelijk zonder hulp.

Bron Illustratie Anne Stalinski

Wat vooral steeds lastiger blijkt voor Nederlandse vijftienjarigen, is het kritisch evalueren van teksten en het onderscheiden van hoofd- en bijzaken. Dat is extra zorgelijk in een tijd waarin mensen in het dagelijks leven steeds meer door AI geschreven teksten moeten lezen en beoordelen. Omdat zoekmachines zoals Google nu eerst AI-samenvattingen van zoekresultaten geven, bijvoorbeeld. Of omdat bedrijven werknemers vervangen door chatbots. In september komt er een nieuw Pisa-onderzoek; een opmerkenswaardige verbetering verwacht Dera niet.

Je hoort steeds vaker de term post-literate samenleving, een maatschappij waarin het geschreven woord niet meer zo belangrijk is. Hoe kijkt u daarnaar?

“Op de scholen waar ik kom, is er bijna altijd wel een docent die zegt: maar we leven toch in een tijd waarin technologie het lezen en schrijven van ons over gaat nemen? Moeten we dat probleem met lezen dan niet groter maken dan het is?

“Ik denk dat het, nu er steeds meer AI-taalmodellen zijn die allerlei processen overnemen, des te belangrijker is dat mensen goed en kritisch kunnen kijken naar tekst. Juist AI vraagt om leesvaardigheid van een hogere orde.

“Verschillen in geletterdheid zijn er natuurlijk altijd al geweest. Maar een potentieel gevaar is dat er een samenleving ontstaat waarin mensen die AI-output wél kritisch kunnen evalueren, op een gegeven moment een streepje voor hebben op mensen die het niet kunnen. Dan ontstaat er een soort geletterde eliteklasse. Dat is heel gevaarlijk.

“Als je nu naar het onderwijs kijkt, vind je de grootste leesproblemen bij het vmbo. Ik hoor nu al eens mensen zeggen: waarom zouden we vmbo’ers lastigvallen met moeilijke en lange teksten; ze worden toch kapper en dan kunnen ze toch net zo goed hun aangiftes door AI halen? Je holt een samenleving uit op die manier.”Quote van Jeroen Dera – universitair hoofddocent Nederlandse literatuur, Radboud Universiteit.

‘Dat leerlingen steeds maar dezelfde boeken uitkiezen die ze eigenlijk saai vinden, ligt ook deels aan hun eigen ideeën over wat er van ze verwacht wordt’

Scholieren hebben vaak het idee dat anderen lezen niet cool vinden, beschrijft u in uw boek. Maar ze schatten de meningen van hun klasgenoten over lezen veel negatiever in dan het geval is, zo blijkt.

“Wat ik zelf in ieder geval belangrijk vind, is dat we dit soort cijfers ook gewoon bespreken met tieners. Bij wijze van experiment heb ik een keer met een student onderzoek gedaan in een brugklas. Daarbij lieten we ze opschrijven hoeveel boeken ze in de zomervakantie gelezen hadden. Daarna vroegen we: hoeveel van jullie klasgenoten hebben minimaal twee boeken ingevuld, denken jullie? Nou, bijna niemand, dachten ze. En toen konden we laten zien dat het in werkelijkheid bijna de helft was.

“Dat is natuurlijk net zo’n grote groep als degenen die het níét hebben gedaan. Maar de kinderen die wél lezen, spreken zich minder snel uit. Leerlingen die leeslessen verstoren door luidkeels te roepen dat ze er niks aan vinden staan vaak hoog in de sociale pikorde, anders kunnen ze zich dat niet veroorloven. Naar hen gaat veel aandacht uit, ook van docenten. Dat draagt bij aan een norm waarbij je lezen stom vindt.

“Veel kinderen zien lezen ook als een solitaire bezigheid; iets wat je in je eentje op je kamer doet en dus geen sociale activiteit is. We hebben onderzoek gedaan waarbij we lezende personages uit populaire series aan jongeren lieten zien. Het personage Isaac uit Heartstopper, die op een feestje zit te lezen, bestempelen ze als raar, maar wel oké, want hij leest wel, maar hij praat daarnaast ook gewoon met anderen.”

Bron Illustratie Anne Stalinski

Media, ook Trouw, berichten vaak heel positief over BookTok: video’s over boeken op TikTok. Bookfluencers krijgen jongeren tenminste aan het lezen, is het idee. U bent kritischer.

“TikTok werkt natuurlijk met een algoritme. Daardoor circuleren sommige titels sneller en makkelijker dan andere. Dat leidt ertoe dat sommige gebruikers gaan binge-readen: keer op keer hetzelfde type boek met een gelijksoortig wereldbeeld, bijvoorbeeld binnen het romance-genre.

Als je kijkt naar de Nederlandse productie op TikTok, wordt daar ook tamelijk negatief en foutief gepraat over lezen op school. Het gaat dan over ‘wat je wel en niet mag lezen voor je verplichte leeslijst’, bijvoorbeeld.

“Natuurlijk moet je op een bepaald niveau lezen voor je lijst, en natuurlijk zijn er nog altijd docenten die een genre als fantasy niet als literair zien. Maar uit onderzoek blijkt dat leerlingen echt veel vrijheid hebben in het kiezen van boeken voor school, en dat een ‘verplichte leeslijst’ bijna nergens voorkomt. Dat ze steeds maar dezelfde boeken uitkiezen die ze eigenlijk saai vinden, ligt ook deels aan hun eigen ideeën over wat er van ze verwacht wordt.”Quote van Jeroen Dera – universitair hoofddocent Nederlandse literatuur, Radboud Universiteit.

‘Uit studies blijkt dat minimaal twintig minuten lezen, meerdere keren per week, echt al heel veel effect heeft’

“Dat een boek uiteindelijk niet op je eindexamenlijst terechtkomt, wil ook niet zeggen dat er in de klas niks mee gedaan kan worden. Neem de populaire boeken van Colleen Hoover, bekend van It ends with us. Daarover bestaat onder lezers veel discussie: kan dit boek een feministische kritiek wel doorstaan? Daar kun je het in de les Engels prima over hebben.

“Daarnaast is een verpletterende meerderheid van de BookTokkers vrouw. Cisgender hetero mannelijke bookfluencers zijn er haast niet, zeker niet in ons taalgebied. Je ziet wel de opkomst van een ander soort mannelijke lezer online, maar die lezen dan vooral zelfhulpboeken over crypto en snel geld verdienen. Het lezen van fictie is in de beeldvorming echt het domein van vrouwen en meisjes.”

Die scheiding tussen meisjes die wel lezen en jongens die niet lezen duikt vaker op in uw boek. Wat is daar de oorzaak van?

“Ik denk dat dat al op de basisschool begint. Daar zijn kinderen zelf al op de hoogte van het stereotype dat jongens vooral informatieboekjes zouden lezen en meisjes verhalen waarin ze zich kunnen identificeren met personages.

Als ze dan naar de brugklas gaan en de puberteit echt om de hoek komt kijken, gaan er vragen spelen als: wanneer hoor je bij de groep en wanneer niet? Wanneer voldoe je aan een bepaald beeld van mannelijkheid en wanneer niet? Bij jongens zie je dat weinig doen voor school en niet lezen daarbij hoort. Dat een beetje cultiveren, kan bij jongens een rol spelen.”

U schrijft ook: minder lezen is een symptoom van de snelkookpan waarin kinderen van nu opgroeien. Wat bedoelt u daarmee?

Het is een cocktail die ertoe leidt dat ook jongeren die zich voornemen om wel te lezen, er niet aan toekomen. In een van mijn studies gaf bijna tweederde van de bovenbouwers havo en vwo aan meer te willen lezen. Maar ze hebben bijbaantjes, ze moeten sporten. En er is een zogeheten summatieve toetscultuur in Nederland, waarbij je heel veel verschillende toetsen moet halen. Dat legt een groot beslag op de tijd van tieners.

“En dan is er natuurlijk schermtijd. Jongeren zitten gemiddeld per dag 6,5 uur op hun telefoon, bij een kwart is dat acht uur. Daar zitten heel wat uren bij die letterlijk vervliegen. Overigens hebben volwassenen hier natuurlijk ook last van.”

Uw boek gaat nadrukkelijk niet over oplossingen. Maar over één ding bent u wel enthousiast: regelmatig verplicht een half uurtje lezen op middelbare scholen.

Het zou heel goed zijn als er een halfuur per dag gewoon door iedereen gelezen wordt, ook door het personeel. En dat hoeft helemaal geen hoge literatuur te zijn: ook dat boek over crypto mag.

“Uit studies blijkt dat minimaal twintig minuten lezen, meerdere keren per week, echt al heel veel effect heeft. Jongeren zijn gemiddeld gemotiveerder om te gaan lezen, hun woordenschat verbetert en docenten zien hun concentratievermogen vooruitgaan. Dus uiteindelijk profiteert het hele onderwijs: ook economie, geschiedenis en biologie hebben baat bij zo’n lees-halfuurtje.

“Bovendien houd je in het literatuuronderwijs tijd over om andere dingen te doen. Die les over Colleen Hoover bijvoorbeeld. En net zo goed die epische tekst uit de middeleeuwen. Natuurlijk vindt niet iedereen dat leuk. Maar ach, ook niet iedereen vindt het leuk om te titreren bij scheikunde.”

Expert

Jeroen Dera (1986) is universitair hoofddocent Nederlandse literatuur aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij is een van de meest gevraagde experts op het gebied van leesbeleid en leescultuur onder jongeren. Naast zijn nieuwe boek De spagaat schreef hij meerdere boeken over moderne poëzie in het onderwijs.